Witloof: het witte goud van Steenokkerzeel
Witloof, ook wel het “witte goud” genoemd, is een van de meest iconische groenten uit onze regio. Zijn oorsprong ligt in de 19e eeuw, toen een Brusselse boer ontdekte dat cichoreiwortels in het donker witte blaadjes vormden, een toevallige vondst die uitgroeide tot een culinaire en agrarische revolutie.
In dorpen als Perk, Melsbroek en vooral Steenokkerzeel werd de teelt van grondwitloof een ambacht die van generatie op generatie werd doorgegeven. Het proces is arbeidsintensief en vraagt vakmanschap: van het zaaien en rooien tot het zorgvuldig “intafelen” in donkere ruimtes waar de witloofstronk zijn kenmerkende vorm krijgt. Deze traditionele methode onderscheidt zich van de hydrocultuur en wordt nog steeds gekoesterd door lokale boeren.
Steenokkerzeel mag zich met recht de bakermat van het grondwitloof noemen. Dat blijkt niet alleen uit het gemeentelogo, waarin een witloofstronk trots prijkt, maar ook uit de jaarlijkse seizoensopening, vaak met een symbolische rietsteek door een lokale of Vlaamse vertegenwoordiger. Toch is de sector sterk gekrompen: er zijn vandaag nog slechts zes actieve witloofboeren in Steenokkerzeel. Deze telers houden de traditie levend, vaak met veel passie en toewijding, ondanks de toenemende druk van schaalvergroting, regelgeving en veranderende consumentenvraag.
Naast de landbouw is witloof ook diep verweven met het sociale en culturele leven in Steenokkerzeel. Tijdens lokale evenementen zoals de jaarmarkt of heemkundige tentoonstellingen wordt het witloof vaak in de kijker gezet. De heemkring speelt hierin een actieve rol door het erfgoed rond witloof te bewaren en te delen met jongere generaties. Denk aan oude werktuigen, foto’s van witloofboeren en verhalen over het leven op het veld.
Ook economisch heeft witloof zijn stempel gedrukt. Steenokkerzeel kende ooit tientallen kleine witloofbedrijven, vaak familiebedrijven die hun product via lokale markten of coöperaties verkochten. Hoewel het aantal actieve grondwitloofboeren is afgenomen, blijft de kwaliteit en reputatie van het lokale product hoog. Sommige telers leveren nog steeds aan topchefs en speciaalzaken in binnen- en buitenland.
Witloof is meer dan een groente, het is erfgoed. Het vertelt het verhaal van onze landbouw, onze families en onze verbondenheid met de bodem. Als heemkring koesteren we deze traditie en blijven we het belang van lokale teelt onderstrepen, zeker in tijden waarin voedselproductie steeds meer onder druk staat. Steenokkerzeel draagt dit erfgoed met trots, en het is aan ons om het levend te houden.
In Steenokkerzeel zijn een aantal lokale handelaars waarbij je het witte goud kan kopen
Reportage over het Perks grondwitloof
In de reportage van Eddie Groenwals en Walter Trappeniers uit 2025, in opdracht van Tom Goffa (Semper) ontmoeten we Luc De Laet, één van de laatste telers van grondwitloof in Perk, een ambacht dat stilaan zeldzaam wordt, maar des te meer respect verdient.
Kijk mee en ontdek het verhaal achter dit typisch stukje erfgoed.
Met dank aan Water Trappeniers van foto.wm.be
GeschiedenisVolgens de volkse overlevering werd witloof per toeval ontdekt rond 1830, tijdens de Belgische onafhankelijkheidsoorlog. Boer Jan Brammers uit Schaarbeek zou cichoreiwortels in zijn kelder onder een laag zand verstopt hebben. Tot zijn verbazing groeiden er na enkele weken witte, malse blaadjes uit de bittere wortels. Hij besloot deze als rauwe wintergroente te verkopen onder de naam “wit loof”. Hoewel dit verhaal charmant is, beschouwen historici het eerder als een mythe. Wat wél vaststaat, is dat de echte doorbraak kwam dankzij de heer Brezier, cultuuroverste van de Brusselse Plantentuin. Tussen 1850 en 1851 ontdekte hij dat duisternis, warmte en vochtigheid cruciaal zijn voor de vorming van de witte kroppen. Zonder licht maakt de plant geen chlorofyl aan, waardoor de bladeren wit blijven. In 1867 verscheen witloof voor het eerst op de Brusselse markt, en in 1883 bereikte het zelfs de Parijse Hallen. Dankzij verbeterde teelttechnieken en veredeling werden de kroppen steeds groter en steviger. Het succes van deze groente leidde tot een bloeiende witloofcultuur in de regio rond Brussel en Leuven. In de eerste helft van de 20e eeuw bracht het “witte goud” aanzienlijke welvaart voor vele landbouwfamilies. Tijdens de Eerste Wereldoorlog introduceerden gevluchte Brabantse boeren de teelt in Noord-Frankrijk, waar ze vandaag nog steeds op grote schaal plaatsvindt. In Nederland kwam de grootschalige witloofteelt pas echt op gang na 1970, met de introductie van de trek op stromend water. Vandaag is Noord-Frankrijk de grootste producent, gevolgd door België en Nederland. Hoewel de teelt in andere landen beperkt blijft, wordt witloof wereldwijd geëxporteerd en gewaardeerd om zijn unieke smaak en veelzijdigheid. |
Ook interessant
Nieuws
ma 1 jun: De Lenteditie 2026 van De Veerle is er!
di 27 jan: De Week van het Witloof is terug!
ma 26 jan: Reportage over Perks grondwitloof
zo 9 feb: 40 jaar markt in Steenokkerzeel


Volg ons op Hoplr